zaterdag 2 augustus 2014

Kweekbloed op maat voor sikkelcelpatiënten

Soms spreek ik hematologen uit het AMC of het Erasmus Mc, die me vragen of er al kweekbloed beschikbaar is. “We hebben wel een stuk of vier, vijf patiënten waarbij al het bloed dat we geven zo snel afgebroken wordt dat een transfusie nauwelijks zin heeft. We weten echt niet meer wat voor bloed er de volgende keer in moet. Als jullie precies het perfecte bloed konden maken, zou dat een uitkomst zijn.”
We hebben het hier over patiënten met sikkelcelanemie. Een aangeboren afwijking aan het eiwit hemoglobine, dat zich in de rode bloedcel bevindt en zuurstof vanuit de longen naar de rest van het lichaam transporteert. Door dit abnormale hemoglobine ontstaan rode bloedcellen met een afwijkende vorm zodra het bloed te weinig zuurstof bevat. Deze sikkelcellen bewegen niet zo gemakkelijk door de bloedvaten, zijn minder flexibel en hebben de neiging samen te klonteren. Die klontjes blokkeren de bloedstroom, wat tot verdere daling van de hoeveelheid zuurstof in bloed leidt. Het veroorzaakt pijn, ernstige infecties, en orgaanschade.

Zeldzame bloedgroepen

Meestal hebben deze patiënten met regelmaat een bloedtransfusie nodig. Helaas ontstaan daarbij vaak problemen: de patiënt heeft net een iets andere bloedgroepsamenstelling dan de donor en maakt daardoor antistoffen tegen het donorbloed, dat wordt afgebroken. Voor veel van deze patiënten, die vaak hun wortels in Afrika hebben liggen, is bloed nodig met een bloedgroep die zeldzaam is in de donorpopulatie. We beschikken over onvoldoende matchende donors. Op mijn afdeling proberen we voor met name deze patiëntengroep in het laboratorium bloed op maat te maken. Op heel kleine schaal kunnen we al stamcellen uit de bloedzak van een donor isoleren, in het lab vermenigvuldigen en laten uitrijpen tot nieuwe rode bloedcellen. Op die manier kunnen we per donatie de hoeveelheid rode bloedcellen van die zeldzame donors verdubbelen. We zijn van plan om binnenkort dit kweekbloed in vrijwilligers te gaan testen.
Maar we vinden dit nog niet goed genoeg. Kort geleden hebben we een beurs gekregen waarmee een effectievere en goedkopere methode willen ontwikkelen om kweekbloed te maken. Wat we gaan doen is van die heel zeldzame donors gewone bloedcellen nemen en deze herprogrammeren tot bloedstamcellen. We gaan ze daarbij omvormen tot stamcellen die we eeuwig door kunnen kweken. Uit deze stamcellen willen we dan rode bloedcellen laten groeien. Ik hoop dat we op die manier in de toekomst voor iedere sikkelcelpatiënt op elk moment voldoende matchende rode bloedcellen beschikbaar te hebben.
Marieke von Lindern is hoofd van de afdeling Hematopoiesis bij Sanquin Bloedvoorziening.
Dit artikel is eerder gepubliceerd op http://www.sanquin.nl/actueel/blog-overzicht/kweekbloed-op-maat-voor-sikkelcelpatienten/   (ghostwriting)

Bom Dia Brasil!

“We hebben de test gedaan, maar wat is nu de normaalwaarde in het bloed?”, vroeg de Colombiaanse. Om de optimale bloedspiegel van een reumamedicijn te kennen moeten we eerst duizenden monsters getest hebben. Internationale samenwerking is daarvoor onontbeerlijk, en onze Biologicalstraining draagt daar beslist aan bij.
Voor de deelnemers, dit keer uit Latijns-Amerika, waren op de theoriedag twee tolken present. De levendige discussie golfde heen en weer tussen het Engels, Spaans en Nederlands. De tweede dag splitste de groep: de artsen gingen naar reumakliniek Reade, waar patiëntengroepen op tafel kwamen en samenwerking voor de toekomst werd doorgesproken. “Wij hebben nog 13.000 bloedmonsters in de vriezer”, zei de Braziliaanse. “Hoe gaan we dat aanpakken?” 
Voor het testen van samples zijn twee mogelijkheden: opsturen naar Sanquin of zelf testen, bijvoorbeeld met onze testkits. Daarmee gingen de labmedewerkers, de andere helft van het gezelschap, in ons lab aan de slag. Dorien Kos van de divisie Reagens bereidde het practicum voor en als extra troef hadden we hulp ingeroepen van twee collega’s uit andere onderzoeksgroepen, de Colombiaanse Laura Delvasto Nunez en Elisabeth Meulenbroek, die door haar Braziliaanse man Portugees spreekt. Dat bleek een gouden greep. 
Het werd een intensieve dag met naast pipetteren heel veel vragen beantwoorden. Over ons mooie nieuwe lab, over Sanquin, over  politiek, en over…voetbal! Het was onontkoombaar. Oranje vlaggetjes door het hele gebouw, oranje vlaggetjes  over het lab. De Braziliaanse professor vroeg in welk café hij moest zijn om Brazilië te zien spelen, de oranje T-shirts voor zijn kinderen zaten al in de koffer. Grote hilariteit toen de doos oranje wegwerphandschoenen op tafel kwam. Het zou me niks verbazen als er hier en daar een paar mee naar huis gingen...
Dit artikel is eerder geplaatst op: http://www.sanquin.nl/actueel/blog-overzicht/bom-dia-brasil/

Jong bloed geneest ouderdomsziekten bij muizen

Een muizen-plasma-eiwit dat bij deze dieren verouderingsverschijnselen kan tegengaan. Een heel belangrijke ontdekking van twee Amerikaanse onderzoeksgroepen. Ze publiceerden tegelijkertijd hun spectaculaire bevindingen.
Het eiwit GDF11 (groei- en differentiatiefactor 11) blijkt in staat om in diverse organen en celtypes veroudering niet alleen tegen te gaan, maar zelfs terug te draaien. De plasmaconcentratie van GDF11 is bij jonge muizen hoog en neemt naarmate de dieren ouder worden opvallend af. Bij toediening van een hoge dosis van deze groeifactor aan oude muizen verbeterde de hartfunctie, verhoogde de insulinegevoeligheid en ook het geheugen werd beter. Omdat GDF11 ook in het plasma van mensen voorkomt, bracht dit nieuws Sanquin-onderzoekers op het puntje van hun stoel.
De experimenten die tot deze ontdekking leidden, blinken uit in eenvoud. Het begon met een techniek die al 150 jaar geleden voor het eerst werd uitgevoerd. Bij dit experiment werden twee muizen met de bloedvaten aan elkaar verbonden, een jonge muis en een oude muis. Wat de onderzoekers zagen, was dat de oude muis op diverse vlakken vitaler en jonger werd. Vervolgens vereenvoudigden ze de proefopzet: de oude muis kreeg een injectie met bloedplasma van de jonge muis, met hetzelfde resultaat. Toen was het nog maar een kleine stap naar de identificatie van de weldoener: GDF11. De groeifactor is in staat om de functie van verouderde stamcellen te herstellen. De stamcellen zijn daardoor weer instaat om oude, dode cellen te vervangen voor nieuwe. Hierdoor neemt de spierkracht weer toe, is er een betere doorbloeding van de hersenen en wordt suikerziekte buiten de deur gehouden. 

Mogelijke toepassing als plasmageneesmiddel

Robin van Bruggen, groepsleider bij divisie Research van Sanquin, is heel benieuwd of GDF11 het zelfde effect bij mensen heeft: “Er zijn nog geen experimenten bij mensen gedaan, het is ook nog niet bekend of er bij de mens nog andere eiwitten betrokken zijn om veroudering terug te draaien. Tegelijkertijd waarschuwt hij voor te groot optimisme: “Groeifactoren dragen altijd het risico op kanker bij zich. Te weinig leidt tot veroudering, te veel tot ongeremde groei”. Toch vindt hij het een eiwit om in de gaten te houden, juist vanwege de expertise bij Sanquin op het gebied van plasmageneesmiddelen. “Het zou heel interessant zijn om de toepassing van GDF11 als medicijn voor ziekten als dementie en hartfalen te onderzoeken. ”
Sanquin maakt geneesmiddelen uit bloedplasma voor ziekten als hemofilie, afweerstoornissen, hepatitis en tetanus. Daarnaast wordt plasma toegediend bij patiënten met brandwonden of groot bloedverlies.

Meer weten?

Dit artikel is eerder geplaatst op www.sanquin.nl/actueel

De EHBO-dienst van het bloedvat

Iedereen snijdt zich wel eens. Omdat je daarbij een bloedvaatje raakt, bloed je. Geeft niks, gewoon een pleister erop. Maar ook het lichaam gaat hard aan de slag om het lek te dichten.
Een van de eiwitten die daarbij zijn betrokken, is von Willebrand factor (VWF). Dit molecuul werkt als een soort lijm, die bloedplaatjes aan elkaar plakt. Het is de basis voor de bloedprop, die als een pleister in het bloedvat verder bloedverlies voorkomt. Als eerste hulp bij bloedverlies wordt VWF uitgescheiden door de cellen die de binnenkant van de bloedvaten bekleden. Die cellen houden VWF daarvoor paraat in speciale blaasjes, de zogenoemde Weibel-Palade bodies.
Dorothee van Breevoort bestudeerde tijdens haar promotieonderzoek de seintjes die bij een verwonding in de cel aan de Weibel-Palade bodies worden doorgegeven en die er voor zorgen dat de blaasjes het stollingseiwit buiten de cel uitscheiden. Ook onderzocht ze of er nog andere eiwitten in de blaasjes voorkomen. Ze identificeerde daarbij een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de vorming van nieuwe bloedvaten.
Sanquin haalt VWF uit het plasma van donors. Het wordt toegepast als medicijn bijpatiënten met een tekort aan VWF, om bloedingen te voorkomen en te behandelen. Daarom is het voor Sanquin extra belangrijk om alles van dit stollingseiwit te weten.
Dorothee van Breevoort, die haar onderzoek verrichtte bij de afdeling Plasma-eiwittenonder leiding van professor Jan Voorberg, verdedigt haar proefschrift op 18 juni 2014 in de Agnietenkapel in Amsterdam.
Bij beschadiging van een bloedvat komt von Willebrand factor uit de cel. De lange moleculen dienen als lijm voor bloedplaatjes, waardoor een bloedprop ontstaat, die de bloeding stelpt.
Het stollingseiwit von Willebrand factor wordt in de cel opgeslagen in kleine blaasjes (groen), de Weibel-Palade bodies.

Dit artikel is eerder geplaatst op www.sanquin.nl/actueel



Betere herkenning van gevaarlijke antistoffen tegen bloedplaatjes bij zwangerschap kan ernstige bloedingen bij baby’s voorkomen

Elk jaar komen zo’n 150 baby’s ter wereld die lijden aan de aandoening Foetale/Neonatale Allo-immuun Trombocytopenie (FNAIT). Deze aandoening kenmerkt zich door bloedingen, variërend van huidbloedingen, orgaanbloedingen tot zelfs zeer ernstige hersenbloedingen, die al tijdens de zwangerschap kunnen optreden. Een deel van deze baby’s overlijdt of wordt doof, blind of spastisch geboren. Betere herkenning van gevaarlijke antistoffen tegen bloedplaatjes bij de zwangerschap kan deze ziekte voorkomen.

Hoe ontstaat FNAIT?

FNAIT ontstaat door een tekort aan bloedplaatjes, kleine cellen die nodig zijn voor het voorkomen van bloedingen. Bij FNAIT worden de bloedplaatjes van het kind afgebroken door antistoffen van hun moeder. Zwangere vrouwen kunnen deze antistoffen ontwikkelen als ze een andere vorm van een bepaald eiwit op hun bloedplaatjes hebben dan de foetus. In circa 25% van die gevallen leiden deze antistoffen tot ernstige bloedingen. Rick Kapur, arts en promovendus bij de onderzoeksgroep van Gestur Vidarsson van de afdelingExperimentele Immunohematologie van Sanquin, heeft de FNAIT-antistoffen onder de loep genomen en ontdekte dat je aan de suikersamenstelling kunt zien welke antistoffen het gevaarlijkst zijn.
“Voor een goede behandeling is het van groot belang om de zwangeren die het meeste risico lopen er uit te kunnen pikken,” legt Kapur uit. “De concentratie van de FNAIT-antistoffen in het bloed van moeder bleek daarvoor lang niet altijd voorspellend te zijn.” Rick Kapur richtte zich op de suikersamenstelling van FNAIT-antistoffen. “We vonden dat het suikermolecuul fucose sterk verlaagd voorkwam bij de FNAIT-antistoffen. En hoe lager het fucosegehalte, hoe minder bloedplaatjes bij de pasgeborene werden geteld, en hoe groter de kans op ernstige bloedingen.”

Afbraak van bloedplaatjes door antistoffen met weinig fucose

Hoe leidt dat lage fucosegehalte nu tot een verlaagd aantal bloedplaatjes? Bij afbraak van de bloedplaatjes zijn ook bepaalde immuuncellen van de foetus betrokken, die in actie komen als de antistoffen aan de bloedplaatjes zijn gebonden. Deze opruimcellen van het immuunsysteem binden aan de antistoffen en nemen zo met bloedplaatje en al op, waardoor de bloedplaatjes worden afgebroken. Kapur bootste de FNAIT problematiek na met een in het lab gemaakte antistof, waaraan hij verschillende hoeveelheden fucose koppelde. De onderzoeker liet de lab-antistoffen binden aan een synthetisch molecuul dat hij op bloedplaatjes had geplakt. Hij vond dat immuuncellen sterker bonden aan de lab-antistoffen met weinig fucose, en zag daarbij ook meer afbraak van bloedplaatjes. Vervolgens deed hij een soortgelijk experiment met FNAIT-antistoffen, en vond ook daar dat de antistoffen met het laagste fucosegehalte het gevaarlijkst waren en tot de meeste afbraak van bloedplaatjes leidde.

Gezonde baby's

“We willen nu bij een groter aantal FNAIT-moeders het fucosegehalte van de FNAIT-antistoffen gaan bepalen en zo de test valideren”, zegt Kapur. “Daarvoor werken we nauw samen met de afdeling Trombocyten/Leukocyten Serologie van de divisie Diagnostiek bij Sanquin. Doordat we met deze test het risico op ernstige FNAIT beter kunnen voorspellen is een screeningsprogramma dichterbij gekomen. Op dit moment wordt de ziekte vaak pas bij de geboorte ontdekt.” FNAIT-moeders die opnieuw zwanger raken worden goed gemonitord en behandeld met een hoge dosis intraveneus immuunglobuline (IVIG), een medicijn dat uit plasma van bloeddonors wordt gewonnen. ”We hopen dat in de toekomst bij alle risicovolle FNAIT-zwangerschappen tijdig met medicijnen kan worden ingegrepen zodat nog meer baby’s gezond ter wereld komen.”
Dit onderzoek is als hoofdartikel gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift Blood. Bovendien werd er in dit nummer ook nog een redactioneel stuk aan gewijd.

Meer weten?

Dit artikel is eerder geplaatst op www.sanquin.nl/actueel

donderdag 27 maart 2014

Anti-sollicitatie bij Noord-Hollands bedrijf


Geachte mevrouw, mijnheer,

Met veel interesse las ik uw vacature voor medical project manager. Ik was vooral geïntrigeerd door de kerncompetenties en werkattitude die u vraagt.  “Mentaal en fysiek stevig belastbaar; niet snel overstuur emotioneel, kan continuïteit in werk behouden, ook bij tegenslag in werk- of privé-sfeer.” Ik vind deze competenties angstaanjagend en ik kan er dan ook met geen mogelijkheid aan voldoen. Ik ben een vrouw, en zoals de meeste vrouwen huil ik wel eens. Mannen kunnen dat trouwens ook. 

Koud en Harteloos
Daarnaast mis ik de spierballen die nodig zijn voor stevige fysieke belasting. Uit de vacature begrijp ik dat het overgrote deel van de werkzaamheden uit schrijven van medische teksten bestaat. Ben ik daarnaast soms verantwoordelijk voor het naar beneden tillen van de vuilnisbak? Mijn grootste bezwaar is dat u mij vraagt door te werken bij tegenslag in de privésfeer. Ik kan u garanderen dat als er iets met mijn familie gebeurt, ik vrij neem. Of als het ernstigs is zorgverlof. Dat is namelijk wettelijk zo geregeld, en via mantelzorgplicht in onze maatschappij verankerd. Daarnaast is het natuurlijk een diepmenselijk recht dat een werkgever zijn werknemer verleent bij tegenslag in de privésfeer. 

Tenslotte wil ik elk risico vermijden om in aanraking te komen met mensen die aan de gevraagde competenties voldoen en waar ik wellicht bij uw bedrijf mee moet samenwerken. Ze lijken me koud en harteloos. Daarom heb ik besloten niet te solliciteren. Gelukkig heb ik al een leuke baan waar ik dik tevreden mee ben.


zaterdag 15 maart 2014

Eerste hulp bij lage-rugpijn

oefening 1
Stevig kneedden zijn handen mijn onderrug. Het was het Si-gewricht, dat was duidelijk. Ik lag op de massagetafel, waar een gat voor mijn gezicht was uitgespaard. Ik liet het maar over me heenkomen. Het was heerlijk ontspannend, even een half uurtje niks doen, een beetje aandacht voor jezelf. Na het masseren kwam er een apparaat. Iets elektrisch, het voelde een beetje bruisend. Helpen deed het niet, lekker was het wel. We waren net verhuisd en de vorige bewoner was vogelliefhebber. De tuin stond vol met diverse volières en andere bouwsels en ik was flink met het breekijzer tekeergegaan. Ik was jong en sterk en onvermoeibaar. Ik ging door totdat ik alleen nog kruipend door het huis kon. Dat was trouwens niet de eerste keer, al sinds mijn zestiende schiet het er af en toe in. Tijdens een partijtje squash, bij het sokken-aantrekken, of zomaar, onder de douche. Na de geboorte van mijn eerste kind werd het een graatje erger. Met een verslapt lichaam de baby in de draagzak tillen was niet best. Dan het autostoeltje. Via de voordeur, met de voorstoel opgeklapt, moest ik me met baby in mijn armen in een rare bocht wringen. Ik heb een jaar niet op mijn lekkere zij kunnen liggen. 
oefening 3

Mensendieck


Totdat ik bij de mensendieck terecht kwam. Ik kreeg een aantal oefeningen mee om dagelijks te doen. Elke dag ging het een stukje beter, kwam er een stukje meer beweging in mijn rug. Na een week was het over. Als het nodig is doe ik nog steeds mijn oefeningen. Dit zijn er een paar:



Oefening 1: hol-bol. Zit op handen en knieën en trek je rug afwisselend hol en bol. 
Oefening 2: Kwispelen. Op handen en knieen zitten, rug recht. Schud je billen heen en weer, lekker ontspannen. 
Oefening 3: Lig op je rug, knieën opgetrokken, voeten op de grond en laat je benen afwisselend naar links en rechts vallen. 
Oefening 4:  Lig op je rug, voeten van de grond. Sla je ene been over je ander been. Pak je achterste knie met twee handen beet en trek hem naar je toe. Je voelt de rek in je bil. Wissel van been.