zaterdag 2 augustus 2014

De EHBO-dienst van het bloedvat

Iedereen snijdt zich wel eens. Omdat je daarbij een bloedvaatje raakt, bloed je. Geeft niks, gewoon een pleister erop. Maar ook het lichaam gaat hard aan de slag om het lek te dichten.
Een van de eiwitten die daarbij zijn betrokken, is von Willebrand factor (VWF). Dit molecuul werkt als een soort lijm, die bloedplaatjes aan elkaar plakt. Het is de basis voor de bloedprop, die als een pleister in het bloedvat verder bloedverlies voorkomt. Als eerste hulp bij bloedverlies wordt VWF uitgescheiden door de cellen die de binnenkant van de bloedvaten bekleden. Die cellen houden VWF daarvoor paraat in speciale blaasjes, de zogenoemde Weibel-Palade bodies.
Dorothee van Breevoort bestudeerde tijdens haar promotieonderzoek de seintjes die bij een verwonding in de cel aan de Weibel-Palade bodies worden doorgegeven en die er voor zorgen dat de blaasjes het stollingseiwit buiten de cel uitscheiden. Ook onderzocht ze of er nog andere eiwitten in de blaasjes voorkomen. Ze identificeerde daarbij een eiwit dat een belangrijke rol speelt bij de vorming van nieuwe bloedvaten.
Sanquin haalt VWF uit het plasma van donors. Het wordt toegepast als medicijn bijpatiënten met een tekort aan VWF, om bloedingen te voorkomen en te behandelen. Daarom is het voor Sanquin extra belangrijk om alles van dit stollingseiwit te weten.
Dorothee van Breevoort, die haar onderzoek verrichtte bij de afdeling Plasma-eiwittenonder leiding van professor Jan Voorberg, verdedigt haar proefschrift op 18 juni 2014 in de Agnietenkapel in Amsterdam.
Bij beschadiging van een bloedvat komt von Willebrand factor uit de cel. De lange moleculen dienen als lijm voor bloedplaatjes, waardoor een bloedprop ontstaat, die de bloeding stelpt.
Het stollingseiwit von Willebrand factor wordt in de cel opgeslagen in kleine blaasjes (groen), de Weibel-Palade bodies.

Dit artikel is eerder geplaatst op www.sanquin.nl/actueel



Betere herkenning van gevaarlijke antistoffen tegen bloedplaatjes bij zwangerschap kan ernstige bloedingen bij baby’s voorkomen

Elk jaar komen zo’n 150 baby’s ter wereld die lijden aan de aandoening Foetale/Neonatale Allo-immuun Trombocytopenie (FNAIT). Deze aandoening kenmerkt zich door bloedingen, variërend van huidbloedingen, orgaanbloedingen tot zelfs zeer ernstige hersenbloedingen, die al tijdens de zwangerschap kunnen optreden. Een deel van deze baby’s overlijdt of wordt doof, blind of spastisch geboren. Betere herkenning van gevaarlijke antistoffen tegen bloedplaatjes bij de zwangerschap kan deze ziekte voorkomen.

Hoe ontstaat FNAIT?

FNAIT ontstaat door een tekort aan bloedplaatjes, kleine cellen die nodig zijn voor het voorkomen van bloedingen. Bij FNAIT worden de bloedplaatjes van het kind afgebroken door antistoffen van hun moeder. Zwangere vrouwen kunnen deze antistoffen ontwikkelen als ze een andere vorm van een bepaald eiwit op hun bloedplaatjes hebben dan de foetus. In circa 25% van die gevallen leiden deze antistoffen tot ernstige bloedingen. Rick Kapur, arts en promovendus bij de onderzoeksgroep van Gestur Vidarsson van de afdelingExperimentele Immunohematologie van Sanquin, heeft de FNAIT-antistoffen onder de loep genomen en ontdekte dat je aan de suikersamenstelling kunt zien welke antistoffen het gevaarlijkst zijn.
“Voor een goede behandeling is het van groot belang om de zwangeren die het meeste risico lopen er uit te kunnen pikken,” legt Kapur uit. “De concentratie van de FNAIT-antistoffen in het bloed van moeder bleek daarvoor lang niet altijd voorspellend te zijn.” Rick Kapur richtte zich op de suikersamenstelling van FNAIT-antistoffen. “We vonden dat het suikermolecuul fucose sterk verlaagd voorkwam bij de FNAIT-antistoffen. En hoe lager het fucosegehalte, hoe minder bloedplaatjes bij de pasgeborene werden geteld, en hoe groter de kans op ernstige bloedingen.”

Afbraak van bloedplaatjes door antistoffen met weinig fucose

Hoe leidt dat lage fucosegehalte nu tot een verlaagd aantal bloedplaatjes? Bij afbraak van de bloedplaatjes zijn ook bepaalde immuuncellen van de foetus betrokken, die in actie komen als de antistoffen aan de bloedplaatjes zijn gebonden. Deze opruimcellen van het immuunsysteem binden aan de antistoffen en nemen zo met bloedplaatje en al op, waardoor de bloedplaatjes worden afgebroken. Kapur bootste de FNAIT problematiek na met een in het lab gemaakte antistof, waaraan hij verschillende hoeveelheden fucose koppelde. De onderzoeker liet de lab-antistoffen binden aan een synthetisch molecuul dat hij op bloedplaatjes had geplakt. Hij vond dat immuuncellen sterker bonden aan de lab-antistoffen met weinig fucose, en zag daarbij ook meer afbraak van bloedplaatjes. Vervolgens deed hij een soortgelijk experiment met FNAIT-antistoffen, en vond ook daar dat de antistoffen met het laagste fucosegehalte het gevaarlijkst waren en tot de meeste afbraak van bloedplaatjes leidde.

Gezonde baby's

“We willen nu bij een groter aantal FNAIT-moeders het fucosegehalte van de FNAIT-antistoffen gaan bepalen en zo de test valideren”, zegt Kapur. “Daarvoor werken we nauw samen met de afdeling Trombocyten/Leukocyten Serologie van de divisie Diagnostiek bij Sanquin. Doordat we met deze test het risico op ernstige FNAIT beter kunnen voorspellen is een screeningsprogramma dichterbij gekomen. Op dit moment wordt de ziekte vaak pas bij de geboorte ontdekt.” FNAIT-moeders die opnieuw zwanger raken worden goed gemonitord en behandeld met een hoge dosis intraveneus immuunglobuline (IVIG), een medicijn dat uit plasma van bloeddonors wordt gewonnen. ”We hopen dat in de toekomst bij alle risicovolle FNAIT-zwangerschappen tijdig met medicijnen kan worden ingegrepen zodat nog meer baby’s gezond ter wereld komen.”
Dit onderzoek is als hoofdartikel gepubliceerd in het gerenommeerde tijdschrift Blood. Bovendien werd er in dit nummer ook nog een redactioneel stuk aan gewijd.

Meer weten?

Dit artikel is eerder geplaatst op www.sanquin.nl/actueel

donderdag 27 maart 2014

Anti-sollicitatie bij Noord-Hollands bedrijf


Geachte mevrouw, mijnheer,

Met veel interesse las ik uw vacature voor medical project manager. Ik was vooral geïntrigeerd door de kerncompetenties en werkattitude die u vraagt.  “Mentaal en fysiek stevig belastbaar; niet snel overstuur emotioneel, kan continuïteit in werk behouden, ook bij tegenslag in werk- of privé-sfeer.” Ik vind deze competenties angstaanjagend en ik kan er dan ook met geen mogelijkheid aan voldoen. Ik ben een vrouw, en zoals de meeste vrouwen huil ik wel eens. Mannen kunnen dat trouwens ook. 

Koud en Harteloos
Daarnaast mis ik de spierballen die nodig zijn voor stevige fysieke belasting. Uit de vacature begrijp ik dat het overgrote deel van de werkzaamheden uit schrijven van medische teksten bestaat. Ben ik daarnaast soms verantwoordelijk voor het naar beneden tillen van de vuilnisbak? Mijn grootste bezwaar is dat u mij vraagt door te werken bij tegenslag in de privésfeer. Ik kan u garanderen dat als er iets met mijn familie gebeurt, ik vrij neem. Of als het ernstigs is zorgverlof. Dat is namelijk wettelijk zo geregeld, en via mantelzorgplicht in onze maatschappij verankerd. Daarnaast is het natuurlijk een diepmenselijk recht dat een werkgever zijn werknemer verleent bij tegenslag in de privésfeer. 

Tenslotte wil ik elk risico vermijden om in aanraking te komen met mensen die aan de gevraagde competenties voldoen en waar ik wellicht bij uw bedrijf mee moet samenwerken. Ze lijken me koud en harteloos. Daarom heb ik besloten niet te solliciteren. Gelukkig heb ik al een leuke baan waar ik dik tevreden mee ben.


zaterdag 15 maart 2014

Eerste hulp bij lage-rugpijn

oefening 1
Stevig kneedden zijn handen mijn onderrug. Het was het Si-gewricht, dat was duidelijk. Ik lag op de massagetafel, waar een gat voor mijn gezicht was uitgespaard. Ik liet het maar over me heenkomen. Het was heerlijk ontspannend, even een half uurtje niks doen, een beetje aandacht voor jezelf. Na het masseren kwam er een apparaat. Iets elektrisch, het voelde een beetje bruisend. Helpen deed het niet, lekker was het wel. We waren net verhuisd en de vorige bewoner was vogelliefhebber. De tuin stond vol met diverse volières en andere bouwsels en ik was flink met het breekijzer tekeergegaan. Ik was jong en sterk en onvermoeibaar. Ik ging door totdat ik alleen nog kruipend door het huis kon. Dat was trouwens niet de eerste keer, al sinds mijn zestiende schiet het er af en toe in. Tijdens een partijtje squash, bij het sokken-aantrekken, of zomaar, onder de douche. Na de geboorte van mijn eerste kind werd het een graatje erger. Met een verslapt lichaam de baby in de draagzak tillen was niet best. Dan het autostoeltje. Via de voordeur, met de voorstoel opgeklapt, moest ik me met baby in mijn armen in een rare bocht wringen. Ik heb een jaar niet op mijn lekkere zij kunnen liggen. 
oefening 3

Mensendieck


Totdat ik bij de mensendieck terecht kwam. Ik kreeg een aantal oefeningen mee om dagelijks te doen. Elke dag ging het een stukje beter, kwam er een stukje meer beweging in mijn rug. Na een week was het over. Als het nodig is doe ik nog steeds mijn oefeningen. Dit zijn er een paar:



Oefening 1: hol-bol. Zit op handen en knieën en trek je rug afwisselend hol en bol. 
Oefening 2: Kwispelen. Op handen en knieen zitten, rug recht. Schud je billen heen en weer, lekker ontspannen. 
Oefening 3: Lig op je rug, knieën opgetrokken, voeten op de grond en laat je benen afwisselend naar links en rechts vallen. 
Oefening 4:  Lig op je rug, voeten van de grond. Sla je ene been over je ander been. Pak je achterste knie met twee handen beet en trek hem naar je toe. Je voelt de rek in je bil. Wissel van been. 

vrijdag 7 februari 2014

Bepalen van optimale bloedspiegel voor reumamedicijn adalimumab maakt dosering op maat mogelijk

Meer dan tienduizend reumapatiënten in Nederland gebruiken adalimumab. Ze injecteren zichzelf elke twee weken met een prikpen gevuld met een vaste hoeveelheid van het medicijn. Maar is dat wel voor iedereen een optimale dosis? Eerder onderzoek wees al uit dat die ene dosis bij patiënten tot uiteenlopende concentraties in het bloed leidt. Onderzoekers van Sanquin hebben samen met reumacentrum Reade uitgezocht op welke concentratie gemikt moet worden om de ziekteverschijnselen zo goed mogelijk te kunnen onderdrukken. Hiermee krijgen behandelaren een houvast om per patiënt de dosis op maat af te stellen tegen een betere kosteneffectiviteit.
Apotheker Mieke Pouw en arts-onderzoeker Charlotte Krieckaert koppelden de medicijnconcentratie in het bloed van 221 reumapatiënten na een half jaar behandeling met adalimumab aan de mate waarin de ziekte actief is. Op die manier vonden ze dat hoe hoger de concentratie is, hoe beter het met de patiënt gaat, met een optimum van 5 tot 8 µg/ml. Een derde van de patiënten bleek hogere concentraties dan 8 µg/ml te hebben, terwijl dat geen extra verlichting van de klachten gaf. Het zou een grote kostenbesparing betekenen als deze patiënten voortaan met een lagere dosering toe kunnen. Om dat uit te zoeken is inmiddels bij Reade een studie gestart waarbij voor ieder patiënt de dosering op maat wordt afgesteld.

Dosering op maat

“In principe krijgen alle reumapatiënten dezelfde dosis adalimumab voorgeschreven, maar we zien dat de concentratie in het bloed nogal varieert tussen patiënten. Omdat we nu weten wat voor het overgrote deel van de patiënten de optimale bandbreedte voor de concentratie is, kunnen we veel gerichter bij elke patiënt de dosering aanpassen,” legt Pouw uit. “Reuma is een ziekte met een grillig verloop en het is belangrijk dat we buiten de klachten van de patiënt een handvat hebben om de therapie op af te stemmen”. De onderzoekers vonden hogere concentraties bij patiënten die naast adalimumab ook nog de afweeronderdrukker methotrexaat gebruikten. “Dit medicijn heeft een gunstig effect op de bloedspiegel van adalimumab, omdat het de vorming van remmende antistoffen tegen adalimumab tegengaat, en daarnaast van zichzelf een ziekteverlagende werking heeft.”
adalimumab is een  biological die het ontstekingseiwit TNF
remt. TNF krijgt hierdoor niet de kans 
ontstekingsbevorderende cellen te activeren

Adalimumab

Adalimumab behoort tot de biologicals, een groep medicijnen die uit eiwitten bestaat. Het is een therapeutische antistof, die het immuunsysteem onderdrukt door het ontstekingseiwit TNF te remmen. Bij reumatische artritis gaat adalimumab ontstekingen in de gewrichten tegen. Daarnaast wordt dit medicijn voorgeschreven bij andere ontstekingsziekten zoals de ziekte van Bechterew, psoriasis, de ziekte van Crohn en colitus ulcerosa. In Nederland gebruiken zo’n 16000 patiënten adalimumab. De komst van de biologicals heeft tot een omwenteling voor de behandeling van reuma geleid, er zit echter wel een hoog prijskaartje aan deze groep medicijnen. Door de medicijnconcentraties nauwkeurig te volgen in de tijd, is het mogelijk de behandeling per patiënt te optimaliseren en tegelijk de kosten zo laag mogelijk te houden. De divisie Diagnostiek van Sanquin meet al sinds tien jaar de bloedconcentraties van een groeiend aantal biologicals voor bijvoorbeeld reumatologen, dermatologen en gastro-enterologen.
Meer weten?

donderdag 19 december 2013

Kerstboodschappen

Eendenborst, parelhoen, of kalkoenfilet in truffelsaus. Met toenemende walging begeef ik me door Albert Heijn Molenwijk. Met slagroom gevulde pure-chocoladetruffels, extra large.  Extra lekker als dessert. Ondertussen slalom ik langs de immer in de weg-staande bonusbakken –het zijn er extra veel zo voor de kerst. Ik voel me een slaaf van Albert Heijn. De bonusaanbiedingen bepalen wat er op mijn bord komt, en net als half Nederland maak ik elk jaar een kerstmenu uit de Allerhande. Dat hoeft niet uit de nieuwste te zijn, ik zoek thuis gewoon op de website. Dan kan je bij uitgebreid zoeken kiezen voor snel.  Dat vertel ik mijn gasten natuurlijk niet. Een keukenprinses zal ik wel nooit worden.

Oma's (1905-1996) pannetje
Vandaag ga ik het anders doen. Back to basics. Gekookte aardappelen, speklapje, sla. Niks geen poespas. Er zal dan wel iemand gaan mopperen, maar wanneer niet.  Mijn volle kar leeg ik van zwaar naar licht op de lopende band, terwijl de man achter me al lang voor ik uitgeladen ben dreigend met het volgende-klant-balkje loopt te zwaaien.  Buiten vul ik mijn fietstassen en drie tassen hang ik aan mijn stuur. Alleen nog even de kar terugzetten.
Daar past mijn kar niet meer bij!

Ik kan kiezen tussen twee rijen. De eerste bevat slechts een karretje. Omdat deze geen ketting heeft kan je je karretje er niet aan vast maken en je centje terugkrijgen. Rij twee is lang, zo lang dat het doodloopt in het perkje. Toevallig passerende stadswachten, die op mijn gevloek afkwamen, wrikken de rij naar opzij, tillen mijn kar eroverheen en haken hem aan.  Dankbaar slinger ik weg op mijn zwaarbeladen fiets, de donkere avond in.

maandag 9 december 2013

Eureka-momentje



“He, wat leuk om iets over onderzoek te horen, dat gaat normaal helemaal langs me heen”, lachte de financiële man bij de koffieautomaat.  We stonden druk na te praten na afloop van onze wekelijkse groepsbespreking.
Daarbij laat een aantal collega’s met een paar dia’s de voortgang van hun onderzoek zien, waar we dan met z’n allen over brainstormen. Kunnen we nog alternatieve verklaringen bedenken of controleproeven verzinnen? Iedereen bekijkt de proeven net weer vanuit een andere hoek.
Deze keer buigen we ons over de experimenten van een collega-analist. Al een paar jaar werkt ze aan een nieuwe test die de kleinste bacteriële verontreiniging in plasmageneesmiddelen kan aantonen. Voor een nog betere kwaliteitscontrole van onze medicijnen. Ook zij had in haar experimenten de nodige controles ingebouwd, en zo kwam ze erachter dat plasma van sommige donors de test op een storende manier remt. Ze wilde precies uitpluizen wat er aan de hand was en vond toen welke plasma-eiwitten die remming veroorzaken. Nu kan ze gericht naar een oplossing voor die remming zoeken.
Kan je er niet een voordeel uit halen?
Maar kan je niet ook voordeel uit die remming halen?, vroeg haar begeleider zich af. Want: Als die eiwitten in de test bacteriële verontreinigingen remmen, zouden ze dan ook infecties met bacteriën in het lichaam kunnen bestrijden?
Wat een goed idee! Het zijn dit soort eureka-momenten die mijn werk zo boeiend maken. En wat leuk dat ons enthousiasme zo besmettelijk werkte bij die collega in de rij voor de koffieautomaat. De analiste werkt zich inmiddels een slag in de rondte: ze werkt stug door aan de test, en is tegelijkertijd bezig met de ontwikkeling van een potentieel medicijn tegen ernstige infecties.

eerder geplaatst op http://www.sanquin.nl/actueel/blog-overzicht/eureka-momentje/