In de moerassige delen van Laag Holland heerste tot diep in de jaren
zestig malaria. Door de vochtige
gebieden droog te leggen hebben we de malariamug in Nederland uitgeroeid. Maar
in Afrika sterft nog steeds elke minuut een kind aan deze ziekte. Op dit moment zijn echter alle
ogen gericht op Ebola. Vooral
sinds westerse hulpverleners besmet zijn geraakt en het virus de oceaan is
overgevlogen staat Ebola op de kaart. Medicijnen en vaccins zijn helaas nog in
de testfase, het is afwachten of ze werken. Die magere zeven miljoen Nederlandse euro
komen daarvoor te laat, wellicht kunnen ze bijdragen aan het indammen van de
epidemie. Ondertussen gaan we dicht bij mijn huis steeds meer terug naar de
natuur. Het waterpeil komt omhoog, en er ontstaan prachtige wetlands met
interessante weidevogels. En daar komen de muggen. Diep in december word ik nog
lekgeprikt. Lekker dan. Het wachten is tot de malariamug zijn koffers naar het
noorden pakt. Hopelijk komt er dan ook meer geld voor de bestrijding van deze
ziekte in Afrika.
Posts tonen met het label Amsterdam-Noord. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amsterdam-Noord. Alle posts tonen
zondag 30 november 2014
Ebola: de ver-van-me-bed-show voorbij.
In de moerassige delen van Laag Holland heerste tot diep in de jaren
zestig malaria. Door de vochtige
gebieden droog te leggen hebben we de malariamug in Nederland uitgeroeid. Maar
in Afrika sterft nog steeds elke minuut een kind aan deze ziekte. Op dit moment zijn echter alle
ogen gericht op Ebola. Vooral
sinds westerse hulpverleners besmet zijn geraakt en het virus de oceaan is
overgevlogen staat Ebola op de kaart. Medicijnen en vaccins zijn helaas nog in
de testfase, het is afwachten of ze werken. Die magere zeven miljoen Nederlandse euro
komen daarvoor te laat, wellicht kunnen ze bijdragen aan het indammen van de
epidemie. Ondertussen gaan we dicht bij mijn huis steeds meer terug naar de
natuur. Het waterpeil komt omhoog, en er ontstaan prachtige wetlands met
interessante weidevogels. En daar komen de muggen. Diep in december word ik nog
lekgeprikt. Lekker dan. Het wachten is tot de malariamug zijn koffers naar het
noorden pakt. Hopelijk komt er dan ook meer geld voor de bestrijding van deze
ziekte in Afrika.donderdag 19 december 2013
Kerstboodschappen
Eendenborst, parelhoen, of kalkoenfilet in truffelsaus. Met
toenemende walging begeef ik me door Albert Heijn Molenwijk. Met slagroom gevulde pure-chocoladetruffels,
extra large. Extra lekker als dessert.
Ondertussen slalom ik langs de immer in de weg-staande bonusbakken –het zijn er
extra veel zo voor de kerst. Ik voel me een slaaf van Albert Heijn. De
bonusaanbiedingen bepalen wat er op mijn bord komt, en net als half Nederland maak
ik elk jaar een kerstmenu uit de Allerhande. Dat hoeft niet uit de nieuwste te
zijn, ik zoek thuis gewoon op de
website. Dan kan je bij uitgebreid zoeken kiezen voor snel. Dat vertel ik mijn gasten natuurlijk niet. Een
keukenprinses zal ik wel nooit worden.
| Oma's (1905-1996) pannetje |
Vandaag ga ik het anders doen. Back to basics. Gekookte
aardappelen, speklapje, sla. Niks geen poespas. Er zal dan wel iemand gaan
mopperen, maar wanneer niet. Mijn volle
kar leeg ik van zwaar naar licht op de lopende band, terwijl de man achter me
al lang voor ik uitgeladen ben dreigend met het volgende-klant-balkje loopt te
zwaaien. Buiten vul ik mijn fietstassen
en drie tassen hang ik aan mijn stuur. Alleen nog even de kar terugzetten.
| Daar past mijn kar niet meer bij! |
Ik kan kiezen tussen twee rijen. De eerste bevat slechts een
karretje. Omdat deze geen ketting heeft kan je je karretje er niet aan vast
maken en je centje terugkrijgen. Rij twee is lang, zo lang dat het doodloopt in
het perkje. Toevallig passerende stadswachten, die op mijn gevloek afkwamen,
wrikken de rij naar opzij, tillen mijn kar eroverheen en haken hem aan. Dankbaar slinger ik weg op mijn zwaarbeladen fiets, de
donkere avond in.
donderdag 12 september 2013
Fijn die natuur, maar liever niet in mijn eigen tuin
Kan je deze
gewoon eten? Een paar jongetjes keken verbaasd toe hoe ik een braam van de
buurtstruik plukte en in mijn mond stopte. Wat is er heerlijker dan opgroeien
met zo’n bramenstruik langs de weg van huis naar school? Hoeveel bramen ik daar
met de kinderen niet terloops geplukt heb…. Soms gingen we naar het Twiske, als
we een emmertje vol nodig hadden om bramentaart of bramenjam mee te maken. Daar
wisten we precies die verwilderde plekjes te vinden. Want verwilderen, dat
kunnen deze struiken heel goed. Hoe dat precies in zijn werk gaat kunnen we ook
heel dicht bij huis bekijken. Buurmans tuin is namelijk een grote wildernis.
Een echt reservaat voor vogels, egels en veel andere dieren uit Amsterdam-Noord.
Een blik over de schutting en je ziet nog een aantal fruitbomen staan, verscholen
onder het geweld van een aantal in- en
uitheemse gewassen die de tuin over hebben genomen. Buurman kan niet meer naar
achter doorlopen.
| Woekerende vogelkers |
![]() |
| Worteluitlopers van de vogelkers |
| Het uiteinde van de braamrank dringt de grond in en schiet wortel |
Dan de
braam, die heeft een andere tactiek. Die
verspreidt zich bovengronds. Met een enorme snelheid groeien zijn takken alle
kanten uit. Met gemak reiken ze met grote bogen over de schutting, net zo lang
totdat de uiteinden de grond raken. Het kopje dringt de aarde in, schiet wortel
en een nieuwe bramenstruik is een feit.
Ik laat de
jongetjes een paar bramen zien die rijp en heerlijk zoet zijn en geef er
meteen eentje aan de hond, die er ook verzot op is. Fijn al die natuur dicht
bij huis, maar soms liever niet in mijn eigen tuin.
donderdag 22 augustus 2013
Bloedbad op de pont
Nou, dat viel nog mee, de pont was maar drie minuten te
laat. Ik had net gehoord dat op de vorige rit een ongeluk was gebeurd. Iemand had de trapper van zijn fiets in zijn
been gekregen, een lelijke wond. Aan de
overkant, bij de NDSM, werd hij met de ambulance afgevoerd. Dat zou dus wel een flinke vertraging worden. Het was mooi weer, het avondeten kon wel
even wachten, dus wat gaf het.
We waren nog niet koud vertrokken of ik zie een vrouw
in elkaar zakken: lijkbleek was ze. Ze werd door een andere vrouw geholpen en de
pont voer direct terug naar de houthavens, waar ze van boord gingen. Dat is
gek, dacht ik, eerst een ongeluk, volgende rit valt er iemand flauw. Tot ik in
de gaten kreeg waarom ze was flauwgevallen: Er lag nog allemaal bloed op de
pont. Een van de twee stuurmannen ging het toch maar schoonspuiten. Hele golven
van water vermengd met bloed, vuistdikke stolsels of stukken weefsel spoelden
over het dek. De pont was redelijk vol, ik kon geen kant uit. Het koste me de grootste moeite om
met mijn sandalen het bloed te ontwijken. Spetters vlogen in het rond. Op een gegeven moment was hij klaar. Althans
hij vond het wel genoeg. Niet lang daarna bereikten we de overkant en iedereen verliet de pont.
Een nieuwe lading
nietsvermoedende fietsers en voetgangers ging aan boord, terwijl het achterdek
nog vol lag met bloederige resten.
De biefstuk heb ik die avond maar laten schieten.
vrijdag 12 juli 2013
Bessenvrouwtje
Het is een
mooie zomeravond en ik loop nog een rondje met de hond. Het is bekend terrein
voor ons allebei: al zolang als we haar hebben, nu vier jaar, lopen we voor het
slapengaan dit zelfde rondje. Als we een paar bosjes naderen, begint ze ineens
te grommen. Misschien een kat? Ineens zie ik een paar tamelijk grote voeten
onder het groen uitsteken. Het is duidelijk, er staat iemand. Wat zal ik doen?
Omdraaien? Met een grote boog eromheen? Misschien niet verstandig, maar ik ga
op onderzoek uit.
Ineens zie ik een paar grote voeten onder de bosjes uitsteken.
Zal ik omdraaien?
Een lange,
Surinaamse dame begroet me vriendelijk. Ze vertelt me dat ze bessen aan het
plukken is voor haar vogeltjes. Ik kijk goed en zie dat die grote struik, een bekend
blad heeft. Het is een ribes. Maar dan niet met rode of zwarte bessen zoals ik
de ribes ken, maar met blauwe. Gigantische blauwe bessen. Zonder aarzelen stop
ik er eentje in mijn mond, hij is heerlijk zoet. Smaakt een beetje naar
bosbessen, veel zoeter en lekkerder dan de rode of zwarte ribes. De Surinaamse
vrouw snoept er ook een paar, en mijn hond peuzelt de halfverrotte bessen op die in het gras liggen.
maandag 17 december 2012
Trouwjurk
Kleding
kopen is niet mijn hobby, maar in deze winkel snap ik tenminste het plan:
broeken bij broeken, rokken bij rokken, truien bij truien. Niets heerlijkers
dan schumen tussen de rekken van kringloopwinkel de locatie.
Een groot
deel van mijn kledingkast is gevuld met tweedehandsjes. Onze jongste, de
mooiboy, trekt zijn neus op als ik weer eens met iets ouds thuis kom.
”Misschien is er wel iemand in doodgegaan”, walgt hij. Elk truitje heeft zijn
eigen geschiedenis. Wie zou het gedragen hebben, hoe zag haar leven eruit?
Op een keer
snuffelde ik tussen een rek gevuld met lange jurken. Daar hing een retro trouwjurk.
Hij was gemaakt van zachtgele stof, bekleed met kant. Het model was eenvoudig,
recht en mouwloos, ik schat jaren zestig. Middenvoor zat een koffievlek en
onderaan een scheurtje in het kant. Als je goed keek, zag je dat de zijkanten
waren uitgelegd. De jurk was nog een tweede keer gedragen, misschien wel door
het jongere, iets dikkere zusje van de eerste bruid. Maar wat moest ik nou met
een trouwjurk?
Er
hing een trouwjurk in het rek van de kringloopwinkel.
Wat moest ik daar nou mee?
Toen ik
opgroeide was trouwen burgerlijk. Logisch dat ik ging samenwonen. Later, toen
we ons huis kochten was het geld op, en toen we kinderen kregen kwam het er
niet van. Het is goed zo. Toch stond ik een week later weer voor het rek. De
jurk hing er nog. Ik moest hem hebben. Bij de kassa sloot ik aan in de rij, een
mix van armoedzaaiers en kringloopliefhebbers. “Zo mevrouwtje, hebben we
plannen?” vroeg de man achter de kassa. “Ach, je weet nooit of ie me vraagt” antwoordde
ik. “Nou, de jurk is anders wel duur hoor”. De kassaman, door het leven
getekend, wilde me op andere gedachten brengen. En gelijk had ie,
negenentwintig euro voor een jurk waar je niks aan hebt is een hoop geld. “Maar
iedere vrouw heeft toch zo’n jurk in de kast hangen?” probeerde ik. De rest van
de rij lachte instemmend.
Thuis
smokkelde ik de jurk naar de slaapkamer en verstopte hem tussen de andere
kleding in mijn kast. En daar hangt ie nog steeds. Als ik over het kant aai
denk ik glimlachend terug aan het kassamoment. Dat alleen al was het geld meer
dan waard.
zondag 16 december 2012
Noord is niet zielig, integendeel
Wat sneu,
zie je ze denken. Die kinderen groeien op in Amsterdam. Niet buitenspelen, geen
hutten bouwen, de hele dag opgesloten. Dat jaar kampeerden we voor het gemak in
Nederland, in zuidoost Groningen. Veel gezinnen uit de noordelijke provincies. Mensen
van buiten zijn altijd een beetje verrast als we uitleggen dat Amsterdam veel
mooie plekjes kent, maar dat Amsterdam-Noord een wereldje op zich is. Dat we
niet zielig zijn, weilanden op loopafstand, het
Twiske op fietsafstand, genoeg ruimte om buiten te spelen en te varen,
boomhut in de tuin…
Dan die
mensen uit Amsterdam, uit “de stad”. Amsterdammers zijn direct, die denken
hardop: Noord, wat heb je daar nou te zoeken, wat is daar nou te beleven, zou
ik nooit willen wonen, ben ik trouwens ook nog nooit geweest. Zou ik nooit mijn
kinderen op school willen doen, al die PVV stemmers, wat een sukkels daar,
burgerlijk ook. Hoe kom je daar nou verzeild? En dan vertel ik over mijn huis,
mijn tuin aan het water, de sfeer in de straat, de zeil- en kanovereniging. Waar ik de
hond uitlaat, waar we gaan zwemmen als het warm is, waar de lagere school staat
(op 5 minuten lopen) en de middelbare school (15 minuten fietsen), hoe de
kinderen op straat voetballen of kletsen, hoe wij ouders, toen de kinderen klein
waren op de stoep zaten met een kan limonade, en nu met een wijntje, hoe
iedereen elkaar op straat groet. En ook de Amsterdammers-van-onder-het-IJ
kijken dan verrast.
Abonneren op:
Posts (Atom)

