Posts tonen met het label Bloedbeeld. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bloedbeeld. Alle posts tonen

maandag 13 oktober 2014

Nieuw product: gepoold serum voor celkweek

Sinds kort heeft Sanquin een nieuw bloedproduct op de standaardlijst: gepoold humaan serum voor indirecte toepassing bij celkweek. Dit is een serumpool van acht verschillende bloedgroep AB donors. Het serum wordt twee keer getest en is bedoeld als bron van groeifactoren voor het kweken van cellulaire producten die bestemd zijn voor toediening bij patiënten.


Daphne Thijssen, Projectleider Cellulaire Therapieën, gebruikt dit gepoolde serum bij het kweken van Tumor Infiltrating Lymphocytes (TILs). “Voor een constante concentratie aan groeifactoren is het belangrijk om een serumpool te gebruiken, individuele verschillen tussen donors middelen dan uit. Er waren wel losse sera verkrijgbaar toen we van start gingen met het kweken van TILs, maar we zouden deze dan zelf moeten poolen en testen, en deelporties invriezen. Ik vroeg toen aan Dirk de Korte of de bloedbank dat niet efficiënter voor ons kon samenstellen en controleren.“

Dirk de Korte, manager Product en Procesontwikkeling Bloedtransfusietechnologie, vond die zelfde behoefte bij andere afnemers van losse sera. “In plaats van een serviceproduct voor gebruik binnen Sanquin konden we de pool voor een bredere groep gaan maken.” De pool bestaat uit serum van acht mannelijke AB donors. Er is weinig vraag naar rode cellen van deze donors, de bloedgroep komt niet vaak voor. Maar door het ontbreken van antistoffen tegen A en B in het serum is dat juist wel breed inzetbaar. Bij mannelijke donors is bovendien de kans op antistoffen tegen HLA klein. “De donors geven elk een halve liter volbloed. Na het stollen, waarbij groeifactoren uit plaatjes vrijkomen, centrifugeren we het bloed twee keer. Van acht donaties houden we uiteindelijk een batch van 1800 ml serum over. We hebben zes batches van acht verschillende donors met elkaar vergeleken en we vonden heel constante kweekeigenschappen.”

Twee keer getest
Het serum wordt verhit om complement te inactiveren en getest op werkzaamheid en veiligheid. De werkzaamheid wordt getest in een mixed lymphocyte culture waarbij de celgroei wordt gemeten. “Dit laten we doen in het LUMC, waar het een standaard test voor serum is. De veiligheidstesten doen we zelf. We testen op anti-HLA antistoffen, endotoxine en we doen een bacteriële screening. Omdat met het toedienen van de gekweekte cellen het serum indirect in contact komt met de patiënt,  testen we de donor twee keer. De eerste keer bij de afname. De sera worden ingevroren en blijven zes maanden in quarantaine. Vervolgens worden de donors opnieuw getest . Als hun donatie opnieuw veilig is poolen we de quarantaine-sera en geven we de pool vrij. Op dit moment gaan we uit van een houdbaarheid van een jaar, we proberen dit te verlengen tot twee jaar.” Het gepoolde serum wordt geleverd in porties van 50, 100 en 250 ml. “Maar als gebruikers een andere behoefte hebben kunnen we daar een oplossing voor zoeken. De pools worden op bestelling gemaakt, de klanten maken van te voren een schatting van hun gebruik voor het komende jaar.”



“We pakken het zo uit de vriezer”

In het Laboratorium voor celtherapie worden de TILs uit stukjes tumorweefsel van melanoompatiënten gekweekt. “Eerst laten we de T-lymfocyten, die hoogstwaarschijnlijk tumorspecificiteit bezitten, uitgroeien”, vertelt Daphne Thijsen. ”Vervolgens kweken we ze in zeer grote hoeveelheden op. De patiënt krijgt de T-cellen terug in combinatie met IL-2, wat voor een enorme immuunrespons zorgt. Binnenkort start een fase III trial in het NKI-AVL. We horen  pas kort van te voren wanneer we weefsel van een patiënt krijgen. Omdat het om uitbehandelde patiënten gaat, is er haast bij. Het opkweken van de T-cellen neemt een maand in beslag, heel belangrijk dat we het poolserum zo uit de vriezer kunnen pakken.”

zondag 3 augustus 2014

Bepalen van concentratie-effectcurve voor reumamedicijn adalimumab maakt dosering op maat mogelijk.

Onderzoekers van Sanquin hebben samen met Reade, centrum voor revalidatie en reumatologie, de concentratie-effect curve  van TNF-remmer adalimumab  voor het gebruik bij reumatoïde artritis bepaald. Daarbij vonden ze een optimale bloedspiegel van 5-8 µg/ml. Hiermee is het voortaan mogelijk om de behandeling per patiënt te optimaliseren tegen zo laag mogelijke kosten.

 Apotheker Mieke Pouw van Sanquin,  en Charlotte Krieckaert, arts-onderzoeker bij Reade, bepaalden de concentratie-effectcurve van adalimumab. Ze correleerden daarvoor de  medicijnspiegel in het bloed van 221 reumapatiënten na een half jaar behandeling met adalimumab aan de ziekteactiviteitscore (DAS 28). Op die manier vonden ze dat hoe hoger de concentratie adalimumab is, hoe lager de DAS-score, met een optimum van 5 tot 8 µg/ml. Daarboven wordt geen extra verlichting van de klachten meer gezien. Een derde van de patiënten bleek hogere bloedspiegels dan 8 µg/ml te hebben. Het zou een forse kostenbesparing betekenen als deze patiënten voortaan met een lagere dosering toe kunnen. Verder vonden de onderzoekers hogere bloedspiegels bij patiënten die naast adalimumab gelijktijdig methotrexaat gebruiken. “Dit medicijn heeft een gunstig effect op de bloedspiegel van adalimumab, omdat het de vorming van remmende antistoffen tegen adalimumab tegengaat, en daarnaast van zichzelf een ziekteverlagende werking heeft”, vertelt Pouw, die  promotieonderzoek doet bij de onderzoeksgroep van Theo Rispens bij de afdeling Immunopathologie van Sanquin Research.


Dosering op maat
Vanaf het begin dat patiënten bij Reade met adalimumab werden behandeld, zo’n tien jaar geleden, zijn er regelmatig bloedmonsters afgenomen, waarin de dalspiegel bij Sanquin Diagnostiek is bepaald. In principe gebruiken alle patiënten dezelfde dosis adalimumab, een keer per twee weken 40 µg subcutaan. “We zagen tussen de patiënten grote verschillen in de spiegels. Dat heeft in de eerste plaats met antistofvorming te maken, maar ook met comedicatie  en  patiënt-gebonden verschillen: iedereen is anders. Om voor elke patiënt de dosering op maat af te kunnen stellen moeten we wel weten waar we op moeten mikken”, zegt Gertjan Wolbink, als reumatoloog verbonden aan zowel  Reade als Sanquin. “Tot nog toe tastten we in het duister. Nu we de concentratie-effectcurve hebben bepaald gaan de gordijnen open.” Inmiddels is bij Reade een  nieuwe studie gestart waarbij de dosering per patiënt wordt aangepast. “We laten de patiënten met  hoge  adalimumabspiegels minder vaak spuiten. Behalve dat dit kostenbesparend is, wil de patiënt zelf ook liever geen hogere medicijnconcentraties in zijn bloed dan nodig is, dat voelt veiliger. De praktijk moet uitwijzen of dan dezelfde verbetering van de ziekteverschijnselen wordt bereikt.” De eerste resultaten van de studie worden in de loop van dit jaar verwacht. Het is niet zeker of dezelfde optimale spiegel voor adalimumab ook bij andere ontstekingsziektes zoals de ziekte van Crohn of de ziekte van Bechterew geldt. “Dat willen we graag uitzoeken, net als de optimale dalspiegel van andere biologicals. We zijn daar mee bezig, maar de aantallen patiënten zijn nog te klein om daar een uitspraak over te kunnen doen”, stelt Wolbink.

Nieuwe robots

Bij de afdeling Biologicals van Sanquin Diagnostiek zijn het afgelopen jaar nieuwe robots in gebruik genomen voor de spiegelbepalingen. “Nu de behandeling kan worden aangepast op basis van onze uitslagen,, is het belang om betrouwbaar en reproduceerbaar te meten nog groter geworden”, zegt labhoofd Desiree van de Kleij. “Daarom proberen we alle testen zoveel mogelijk te automatiseren. Daarnaast zijn we ook bezig met het uitwisselen van monsters tussen verschillende labs in binnen en buitenland, om zeker te zijn dat overal in de wereld hetzelfde wordt gemeten. De lijst van biologicals waarvoor we testen aanbieden wordt steeds langer, en ook het aantal inzendingen zien we groeien, vanuit Nederlandse ziekenhuizen maar ook internationaal”. 

Eerder verschenen in Bloedbeeld maart 2014

zaterdag 2 augustus 2014

Willem H Ouwehand “Ik heb een obsessie voor bloedplaatjes”

Bij Sanquin worden jaarlijks vele promoties afgerond.  Waar zijn die onderzoekers terechtgekomen? In deze rubriek laten wij steeds één van onze oud-promovendi aan het woord.

Willem H Ouwehand (Zwollerkerspel 1953) studeerde geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. In zijn 3e/4e jaar kwam hij voor een doctoraalassistentschap bij het CLB terecht.  “Via Vincent IJsvogel kwam ik bij  Paul Engelfriet en Albert von dem Borne terecht, waarna ik aan Rhesus D (RhD) en de IgG subklassen ging werken. Ik wilde begrijpen waarom de antistoffen die RhD negatieve moeders tegen de rode bloedcellen van hun RhD positieve baby’s maken zo verschillend werken. Waarom worden sommige kinderen zo ziek en anderen niet? Ik begon toen voor het eerst echt na te denken over de experimentele immunologie.“

Wat heeft Sanquin betekend voor uw carrière?
“Na mijn coschap interne geneeskunde kwam ik terug bij het CLB voor mijn promotieonderzoek. Ik kreeg totale vrijheid om te doen wat ik wilde binnen mijn werkgebied. Ik leerde pipetteren van de hoofdanaliste, net als de meeste dokters was ik daar niet handig in. Ook leerde ze me hoe je experimenten goed ontwerpt. Bij bloedgroepengenetica mocht je al na een paar weken je eigen bloedgroepen bepalen. Het was mijn eerste kennismaking met experimentele aspecten van de menselijke genetica. Na mijn promotie en het afronden van mijn studie geneeskunde werd ik hoofd van het van het lab voor Trombocyten-/Leukocyten- serologie. We gebruikten de net-uitgevonden PCR-techniek om de plaatjesbloedgroepen te genotyperen, heel exciting.  Mijn obsessie voor bloedplaatjes stamt uit die tijd.”



Hoe is uw loopbaan na Sanquin verlopen?
“Omdat mijn vrouw Engels is ging ik in Engeland op zoek naar een baan. Hier in Cambridge mocht ik een researchunit voor bloedtransfusie op poten zetten. Ik heb daarnaast een regionaal bloedplaatjes-referentielab opgezet en de bloedplaatjesimmunologie en immunohemotologischedienst gemoderniseerd. Na zo’n tien jaar zei ik tegen mijn baas: luister, I really enjoyed this but I’m getting bored. Ze zei toen: Willem, organiseer zelf wat geld en ga  doen wat je wil. Dat was het beste advies dat ik ooit heb gehad. Samen met Ellen van der Schoot en Masja de Haas van Sanquin heb ik  tien miljoen euro binnengehaald. Het Bloodomics project was daarmee één van de eerste grote Europese onderzoeksprojecten. Het menselijk genoom was toen net gesequencet, wat ons nieuwe mogelijkheden bood om de genetica van het bloedplaatje te bestuderen in de context van hart- en  vaatziekten. Genetica leert je ook welke moleculen nodig zijn om van de stamcel een goede bloedplaatjesfactory te maken. In de toekomst kunnen we misschien baby’s transfusies geven met compleet veilige, gekweekte bloedplaatjes.”

Wat doet u nu?
“Eind 2014 hebben we van veertig typen bloedcellen uit zes individuen het RNA gesequencet. Daardoor weten we van elk type bloedcel welke genen met welke sterkte aanstaan en welke isovormen gebruikt worden. Deze informatie helpt celbiologen beter te begrijpen hoe een cel functioneert, en is een heel belangrijk voor stamceltherapie. Het versnelt de wetenschap en de diagnostiek van zeldzame erfelijke aandoeningen enorm. Ook leid ik een project om van 15.000 patiënten het hele genoom af te lezen. De helft van mijn afdeling bestaat uit bioinformatici en experts in de genetische statistiek. Zij vergelijken het DNA en RNA uit de bloedcel van een patiënt met de data in de computer en ontdekken waar de fout zit.  The computer plays the doctor.


Heeft u in uw werk nog te maken met Sanquin?

“Ik werk nog steeds veel met Masja de Haas en Ellen van de Schoot. We runnen samen een grote genetische studie over RhD immunisatie tijdens de zwangerschap. Met Ellen werk ik de komende vier jaar aan het VEL eiwit. Het zit in de membraan van de rode bloedcel, maar wat is de functie ervan? Verder komt Taco Kuijpers geregeld naar Cambridge voor een whole genome sequentie project, waarbij we van duizend kinderen met zeldzame immuunziekten de genetische achtergrond willen ontrafelen.”

Willem H Ouwehand

Huidige functie
Hoogleraar Experimentele Hematologie, University of Cambridge en Wellcome Trust Sanger Institute and Honorary Consultant Hematologie NHS Blood and Transplant, Cambridge, UK
Promotiejaar
1984
Titel proefschrift
Activity of IgG1 and IgG3 antibodies in immune-mediated destruction of red cells; clinical significance in rhesus haemolytic disease of the newborn
Promotor
Prof. dr. C.P. Engelfriet
Co-promotor
Dr. A.E.G. Kr von dem Borne

Verschenen in Bloedbeeld, rubriek Broedplaats, juni 2014